- flink
- {{flink}}{{/term}}I 〈bijvoeglijk naamwoord〉1 [fors] solide ⇒ 〈van personen〉robuste2 [groot van afmeting, hoeveelheid] bon/bonne3 [sterk van karakter] énergique♦voorbeelden:1 flinke benen hebben • avoir les jambes solideseen flinke vent • un solide gaillarddat meisje is flink voor haar leeftijd • cette fille est grande pour son âge2 een flinke eter • un gros mangeureen flink pak slaag krijgen • recevoir une bonne peignéeeen flinke slok • une bonne gorgéeeen flinke som • une somme considérableeen flinke tijd • un bon bout de temps3 een flinke vent • un type énergiquezich flink houden • ne pas se laisser aller〈van oude mensen〉 nog flink zijn • être encore solideII 〈bijwoord〉1 [in sterke mate] bien♦voorbeelden:1 een probleem flink aanpakken • aborder un problème de frontflink groeien • bien pousseriemand flink onder handen nemen • réprimander vertement qn.iemand flink de waarheid zeggen • dire à qn. ses quatre véritésmet flink veel water • à grande eau
Deens-Russisch woordenboek. 2015.